Alternatief voor te passieve fysiotherapie

Bert Bruggeman, Jan Bruggeman, Henk Jan Kooke

Inleiding
Fysiotherapeuten zijn de essentie van hun vak, het geven van functionele training cq. oefentherapie, verleerd lijkt het wel. Elementaire zaken als balanstraining bij enkel- en kniedistorsies, het geven van rugscholing bij rugklachten zijn bijna wezensvreemde zaken geworden. Hiervoor zijn een
aantal mogelijke oorzaken aan te wijzen:

Ten eerste lijkt dit het gevolg van een overmaat aan passieve elementen die in de loop der tijd het vak zijn binnengedrongen en heel sluipend zijn gaan overheersen. Manuele therapie, acupunctuur, haptonomie, fysiotechniek, massagetherapie, reflexzônetherapie zijn zo een aantal van die passieve zaken die de trainings- cq. oefentherapie volkomen ten onrechte te veel naar de achtergrond hebben gedrongen of zelfs geheel hebben verdrongen. Zo erg zelfs dat menige fysiotherapiepraktijk voor de oefentherapie een Mensendieck/Cesar lerares heeft aangetrokken, in de trant van “ik geef de fysiotechniek en de manipulatie wel en de oefentherapie ben ik verleerd of te lui voor, dat moet een ander maar doen”. Dat is natuurlijk van den dolle, de onbelangrijke zaken - het toedienen van wat passieve, dubieuze prikkels zelf verrichten - en de essentie van het vak aan anderen overlaten. Anderen, waar bovendien nogal op af te dingen valt.  Een deze kritische zinnen onderbouwende tekst troffen wij aan in een Uniphy blaadje, een blaadje waarin overigens wel vaker rare, de fysiotherapie passieviserende, teksten in staan vermeld, een aantal voorbeelden: Een oudere collega meldt dat het vak zich op het gebied van de fysiotechniek zo sterk ontwikkeld heeft, dat je nu zelfs sportvelden op kunt lopen met draagbare, van accu’s voorziene stroomkastjes, zonder over het verlengsnoer te struikelen. Alleen heeft dit wel tot gevolg gehad dat hij nu- druk als hij is met deze moderne fysiotechniek ontwikkelingen - geen tijd meer heeft om zelf de oefentherapie te doen, daar heeft hij nu een Mensendieck lerares voor aangetrokken. Lang leve de technische vooruitgang. In een andere uitgave van het Uniphy blaadje krijgen zich vreemd uitende Belgische osteopathen alle ruimte om hun nier/psoas gewricht in verband met nekklachten te brengen, of horen we een Nederlandse collega BRMemmeren over uterusmanipulaties. Kortom van dit soort zaken, dat schijnbaar leeft onder de fysiotherapeuten en waar je in het openbaar nog ongestraft kont van kunt doen, leer je natuurlijk geen patiënt functioneel revalideren.

Ten tweede zit de fysiotherapie nog met een flinke kater van haar historische worteling in de heilgymnastiek. De door heilgymnasten aangereikte oefentherapie - zoals pareseprogramma’s, instel- en opbouwoefeningen en andere houdingsgymnastiek - heeft weinig van doen met een sportieve functionele revalidatie, die nodig is bij mensen die terug moeten naar sportieve niveaus, cq. het lichaam zwaar belastende arbeidsomstandigheden. De oefentherapie in de fysiotherapiepraktijk beperkt zich niet zelden tot zandzakjes, Kabath patronen, of andere op de massage- of quadricepsbank uitgevoerde a-functionele oefentherapie.

Ten derde zijn er tendensen in de moderne tijd, alsmede in de (sport)fysiotherapie, die overmatig neigen naar een al te apparatieve trainingstherapie, die op Cybex- en andere ingewikkelde fitnesstrainingstoestellen wordt uitgevoerd. Deze apparatieve oefentherapie kenmerkt zich door het feit dat zij vaak in lig of zit geschiedt en ontbeert daarmee elke functionaliteit. Een grappig, maar niet minder ongunstig effect voor de ontwikkeling van een volwassen fysiotherapie, is dat sportfysiotherapeuten het nogal eens voor de gewoonte hebben deze a-functionele fitness trainingstherapie op toestellen geheel buiten de fysiotherapie te plaatsen. Zo wordt een situatie gecreëerd dat er binnen de fysiotherapie naar hartelust passief en veelal ook (fysiotechnisch) apparatief wordt doorgeklungeld en buiten de fysiotherapiepraktijk de patiënten worden geëntameerd om tegen aparte betaling op fiets-, loop-, roei-, duw-, en trekmachines, afunctionele apparatieve oefentherapie te bedrijven. De mens is natuurlijk geen machine maar wordt wel vooral met machines fysiotechnisch behandeld of moet op machines gaan lopen, cq. in zit gaan duwen, trekken, roeien of fietsen. Gewoon staan, lopen, springen, wenden en keren is er niet meer bij. De zegeningen van de moderne (sport)fysiotherapie zijn hier wel heel duidelijk zichtbaar.

Wetenschap, Een functioneel circuitWetenschap, functioneel circuit
Wetenschap, Een functioneel circuit Wetenschap, Een functioneel circuit

Een functioneel circuit
Met een eenvoudig, weinig ruimte innemend functioneel circuit kan men in de (para)medische praktijk meer doen dan alleen passief behandelen en/of het geven van “paretische” cq. machinale fitness oefentherapie. En wat minstens zo belangrijk is complementair aan dit functionele circuit de patiënt in zijn thuissituatie functioneel laten trainen in dezelfde geest en met aangepaste thuistrainingsmaterialen. Het functionele circuit bestaat uit:

  1. Een in hoogte verstelbare Step waarmee diverse sprongoefeningen kunnen worden uitgevoerd (afb. 1).
  2. Een klitband balansbord met diverse balanshellingen (een bol, een halve cilinder en een schaatsbalk) en hoogteregeling met behulp van klitbandstoppen. Op dit balansbord zijn een scala meer of minder moeilijke balansoefeningen, mogelijk om de horizontale en/of sagittale as (afb. 2).
  3. Een rotatatieplatvorm waarmee balansoefeningen om de verticale as kunnen worden gedaan (afb. 3).
  4. Een schaatstrainer, waarmee de schaatsbeweging op het droge kan worden getraind. De actieve schaatshouding is niet alleen een soort dynamische GewichtHeffersTechniek, maar tevens de zogenaamde “ready to react” position uit veel sporten (tennis, voetbal, volleybal e.v.a.). In deze basis sportpositie kan de musculatuur van enkel, knie, heup en romp in een functionele keten gezamenlijk worden getraind, zowel voor wat betreft stabiliteit, kracht als conditie (afb. 4).
  5. Een mini trampoline ten behoeve van springoefeningen op een verende, oneffen onderlaag (afb. 5).
  6. Een Wall Pully systeem, waarmee stabiliserende oefeningen in stand (afb. 6.), spring- loop- (afb. 7) en schaatsoefeningen met weerstand (afb. 8) gedaan kunnen worden. De opbouw, de samenstelling, het gebruik van afzonderlijke onderdelen van het functionele circuit kunnen van de sub-acute fase tot het eindstadium van de functionele revalidatie aan de individuele patiënt worden aangepast. Met een dergelijk functioneel circuit kan men tenminste weer een deel van de essentie van het vak - het actief verbeteren van de belastbaarheid en de actieve preventie van recidieven - terugbrengen binnen de normale fysiotherapiepraktijk. Hiermee kan voor een belangrijk deel de binnengeslopen apparativiteit, passiviteit en behandelneurose worden doorbroken en ongewenste moderne (sport)fysiotherapeutische ontwikkelingen – de volledige herintegratie in beroep, hobby en sport buiten het fysiotherapeutisch beleid plaatsen - tot staan worden gebracht.

Wetenschap, Een functioneel circuit Wetenschap, Een functioneel circuit
Wetenschap, een functioneel circuit Wetenschap, een functioneel circuit

-->